Mijn lijst met blogs

dinsdag 25 april 2017

Waarom oma's op komma's letten



Er zijn mensen met een grote angst voor spellingsfouten. Ik kom ze geregeld tegen: doorgaans zijn ze niet meer zo jong en groeiden ze op in een tijd waarin foute taal werd gekoppeld aan foute opvoeding. Er werd in die tijd trouwens niet gesproken over Algemeen Nederlands maar over Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN). Wie geen 'keurig' Nederlands sprak of schreef, was niet 'beschaafd'. 

Jammer genoeg zijn mensen doorgaans veel minder bezig met het correcte gebruik van leestekens. Over het nut van een uniforme spelling kun je uren debatteren. Maar of je nu voor of tegen een strenge spelling bent, vast staat dat niet zo veel spellingsfouten je beletten een zin correct te begrijpen. Leestekens daarentegen hebben wel degelijk een grote invloed op hoe je de zin moet lezen. Dat geldt trouwens niet enkel voor het Nederlands ... 






Wat onthoud je?

  • Kannibalen plaatsen geen komma's.
  • Je vindt meer info over de komma en de kommapunt in volgende hoofdstukjes.


dinsdag 18 april 2017

Terreur in het bos


Inwijding in de uitweiding



Ik lees in de krant dat de directeur van een Vlaamse school niet wil *uitwijden over een incident dat gebeurde tijdens een buitenlandse schoolreis.
Dat kan ik nog enigszins begrijpen: niemand loopt graag met de billen bloot.


Minder begrijpelijk is de keuze van de journalist voor de spelling *uitwijden. Je kunt maar hopen dat de man niet van plan is deel te nemen aan het volgende Groot Dictee der Nederlandse Taal. 

Vermoedelijk heeft de verwarring te maken met het feit dat bij uitweiden over een onderwerp velen denken aan de woorden wijd of wijder, meer bepaald het wijder maken van het onderwerp. Dat is echter fout gedacht. 


Waar komt het woord uitweiden dan vandaan?

Uitweiden is iets wat koeien doen wanneer ze de eigen weide hebben kaalgevreten: ze weiden uit naar de weidekanten of naar een andere weide, op zoek naar voedsel.
Uit de betekenis uit de weide gaan is gaandeweg de betekenis afdwalen of uitvoerig spreken gegroeid. 

Overigens bestaat het woord uitwijden ook: het betekent wijder worden of wijder maken. Zo kun je een trui uitwijden door er aan te trekken of kan iets uitwijden door de warmte.


Dit onthoud je:


  • Waarover praten stieren in de wei? Over koetjes en kalfjes natuurlijk! Ze weiden er graag over uit. 




zondag 16 april 2017

Over reuzeleuke reuzen en hun feesten




Vieren reuzen feest? 

Jazeker, het kind in mij twijfelt er niet aan: reuzen houden reuzenfeesten ... en het zijn zonder twijfel reuzefeesten.

Ja, ik breng je weer bij de regel voor de tussen-n. 
Even opfrissen: soms moet er een n tussen de twee delen van een samenstelling. 
Die n komt er wanneer het eerste deel een woord is met een meervoud op en en geen ander meervoud. 
Het woord reus is zo een woord. Daarom schrijven we reuzenfeesten wanneer we verwijzen naar een feest voor reuzen.

In sommige woorden echter verwijst reus niet naar een grote mens. 
Je kunt reuze immers ook gebruiken om de betekenis van een woord te versterken. Dat doe je onder meer in de woorden reuzefeest (een heel leuk feest), reuzeleuk (heel erg leuk) of reuzepret (erg veel pret).
De n valt weg in die woorden omdat de letterlijke betekenis van het woord zoek is. 
Gebruik je reuze echter in de betekenis erg groot, dan laat je de n staan. 

Andere woorden waarin je de n weglaat:
apetrots
beresterk, bereleuk, beregoed
boordevol
pokkeduur
reuzevent, reuzemop
retegoed, retespannend
stekeblind

Vergelijk met:
de apenrots (de rots in de dierentuin waarop de apen zitten)
een berenjong (het jong van een beer)
een reuzenstap (een stap als van een reus)
een reuzenhaai (de reus onder de haaien)

Dit onthoud je:

  • Er zijn reuzenfeesten en reuzefeesten. 
  • Op beide feesten moet je goed op je tenen letten bij het dansen. 












dinsdag 4 april 2017

De taal in tijden van liefde en passie

Takkewijf?



Ik kom nog even terug op de taalregel voor de tussen-n, je weet wel: de regel die zegt dat je voortaan pannenkoek en paddenstoel moet schrijven.

Hoe luidt de regel? 
Tussen de twee delen van een samengesteld woord komt soms een n. Dat is enkel zo als het eerste deel van de samenstelling een woord is met een meervoud op en en geen ander meervoud.


Er zijn uitzonderingen op de regel. 

In dit stukje zal ik het hebben over de grootste groep van uitzonderingen, namelijk de versteende uitdrukkingen. 


Versteende uitdrukkingen zijn samenstellingen waarvan je zou kunnen menen dat ze de basisregel volgen. 

Het eerste deel ervan lijkt immers een substantief te zijn met een meervoud op en (en geen ander meervoud)
Dat is echter niet het geval. 
In sommige versteende uitdrukkingen verwijst het eerste deel niet naar het woord dat je meent te herkennen. 
Van andere versteende uitdrukkingen is de oorspronkelijke betekenis verloren gegaan.

Enkele voorbeeldjes

Van het woord klerelijer zou je misschien denken dat het verwijst naar een woord kleren (meervoud van kleed), maar dat is niet zo. De klere uit het woord verwijst naar de ziekte cholera. Een klerelijer was dus iemand die cholera had. 

Het woord kattebelletje verwijst niet naar het belletje voor de kat. Dat belletje bestaat ook maar heet kattenbelletje. Een kattebelletje daarentegen is een kort berichtje of briefje. Het woord is een vernederlandsing van het Italiaanse (s)cartabello, wat boekje betekent.

Het woord ruggengraat volgt de algemene regel omdat het nog letterlijk naar de rug verwijst
Dat is niet het geval voor ruggespraak. Ruggespraak is het overleg dat je hebt met je achterban (d.w.z. zij die achter je staan) alvorens een besluit te nemen. Die achterban hoeft niet per se letterlijk achter je rug te staan.

Enkele versteende uitdrukkingen voor in tijden van liefde

zottebollen
bolleboos
schattebout
nachtegaaltje
bruidegom
petekindje

... en voor in minder liefdevolle tijden

flierefluiter
takkewijf
bullebak
klerelijer
klerezooi
klotevent
een koekepeer (op je kinnebak)


Dit onthoud je:

  • In tijden van liefde en passie kan het nuttig zijn even het Groene Boekje open te slaan om je vocabulaire bij te werken.
  • In versteende uitdrukkingen vind je geen tussen-n.



























dinsdag 28 maart 2017

Over spinnen en spinnen



Spinnen spinnen hun spinnenwebben niet op spinnewielen.
Ja, dat is onweerlegbaar zo.

Minder duidelijk voor sommigen is de spelling van de woorden spinnenweb en spinnewiel.

In 1995 werd de spelling van het Nederlands aangepast. Vooral de nieuwe regels voor de tussen-n vielen daarbij op. 

Waarover gaan die regels?

De regels gaan over samengestelde woorden, dat wil zeggen woorden die bestaan uit (doorgaans twee) andere woorden. Soms komt er tussen de woorddelen een n, soms niet. 

Wat zeggen de regels?

De basisregel is eenvoudig.

Je plaatst enkel een tussen-n wanneer het eerste deel van het samengestelde woord een substantief is dat slechts één meervoud heeft, namelijk een meervoud op en.
(Wat is een substantief? Voor een substantief kun je hetde of een plaatsen.)


Spin is een substantief. 
Het meervoud van spin is spinnen. Dat meervoud eindigt op en. Het woord heeft geen ander meervoud. 
Het woord volgt dus de basisregel. Om die reden schrijven we spinnenwebben

Een spinnewiel is geen wiel voor spinnen. Het is een wiel waarmee je spint
Het eerste deel van de samenstelling is dus niet het substantief spin maar een vorm van het werkwoord spinnen
Er moet geen tussen-n komen.

Enkele andere woorden die de basisregel volgen:

apennoot        (de aap, apen)
hondenhok     (de hond, honden)
kattenkruid     (de kat, katten)
paddenstoel   (de pad, padden)
pannenkoek   (de pan, pannen)
reuzenarbeid (de reus, reuzen)
ruggengraat   (de rug, ruggen)
urenlang        (het uur, uren)
wiegendood   (de wieg, wiegen)
ziekenhuis     (de zieke, zieken)

wiegelied       (van het werkwoord wiegen)
rodekool        (rood is geen substantief maar een adjectief)
secondelang  (seconde heeft twee meervouden: seconden en secondes)

Zijn er uitzonderingen?

Ja, die zijn er. Ik bespreek ze in de volgende hoofdstukjes.

Dit onthoud je:
  • Je vindt geen spinnende spinnen op een spinnewiel.
  • Je vindt enkel een n tussen de twee delen van een samengesteld woord als het eerste deel een substantief is met een meervoud op en en geen ander meervoud.